In deze zaak is het de werknemer die de kantonrechter verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter stelt de mondelinge behandeling ervan vast op 17 november 2008 en de werkgever wordt tot 10 november 2008 in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen. Hij doet dit echter pas op 11 november. Zowel de werknemer als de werkgever sturen daarna nog aanvullende stukken, maar die worden door de kantonrechter geweigerd. Vervolgens wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden zonder toekenning van een vergoeding.
De werknemer is het hier niet mee eens en stelt hoger beroep in bij het Gerechtshof, omdat het verweerschrift van de werkgever te laat zou zijn ingediend en de kantonrechter geen acht heeft geslagen op de te laat ingediende stukken.
Gerechtshof
Voor wat betreft het te laat indienen van het verweerschrift stelt het Gerechtshof dat iedere belanghebbende tot de aanvang van de behandeling van het verzoek een verweerschrift kan indienen. Het door de werkgever voor de zitting ingediende verweerschrift kan derhalve niet als te laat ingediend worden beschouwd. Dat de door de kantonrechter gegeven termijn was verstreken, is niet relevant. Daarbij stelt het Hof dat de werknemer in zijn verzoekschrift had kunnen anticiperen op het verweer van de werkgever. Het Hof is dan ook van oordeel dat het weigeren van de stukken niet leidt tot een schending van het beginsel van hoor en wederhoor. Nu het Hof vaststelt dat er geen sprake is van fundamentele schending van rechtsbeginselen, wordt het hoger beroep niet inhoudelijk beoordeeld.
De geldende regel is immers dat er geen hoger beroep ingesteld kan worden tegen een beschikking van de kantonrechter in het kader van een ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
Hoger beroep
Deze uitspraak van het Hof te Arnhem bevestigt dat een verweerschrift tot aanvang van de behandeling van het verzoek kan worden ingediend. Als een kantonrechter een datum stelt voor het indienen van een verweerschrift, betreft het geen fatale termijn. Van schending van het beginsel van hoor en wederhoor zal daarom niet snel sprake zijn, aangezien het Hof – terecht – van beide partijen verwacht dat er wordt geanticipeerd op de stellingen in het verweerschrift van de andere partij.
Het instellen van hoger beroep tegen een ontbindingsbeschikking is enkel en alleen mogelijk als de rechter buiten het toepassingsbereik van art. 7:685 Burgerlijk wetboek, op grond waarvan de kantonrechter een arbeidsovereenkomst kan ontbinden, is getreden; het artikel onjuist is toepast; of als er zulke fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden dat er niet kan worden gesproken van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de betreffende zaak. Van bovengenoemde argumenten was in deze kwestie zeker geen sprake.
Gerechtshof Arnhem, 17 november 2009












