De feiten
Een uitgever van huis-aan-huis kranten wenst na een fusie zijn variabele beloningssysteem te beëindigen en te vervangen door een systeem van vaste beloning. De ondernemingsraad verleent geen instemming. De ondernemer doet desondanks de individuele werknemers een voorstel tot omzetting van de variabele beloning in een vaste beloning. Omdat de ondernemer en de ondernemingsraad het niet eens zijn over die individuele benadering, leggen zij samen de zaak ter arbitrage aan de kantonrechter voor.
De kantonrechter
De kantonrechter beslist dat het aanbod aan alle individuele werknemers te beschouwen is als een instemmingsplichtig besluit. Verder zegt de kantonrechter dat indien de ondernemer hem om vervangende toestemming zou hebben gevraagd, hij die toestemming niet gekregen zou hebben. Dit gebeurt alleen als de beslissing van de OR om geen instemming te verlenen onredelijk is, of het besluit gevergd wordt door zwaarwegende organisatorische, economische of sociale redenen. Deze uitzonderingssituatie is hier niet aan de orde.
Na de beslissing van de kantonrechter stelt de ondernemer dat hij niet gehouden is om nieuwe medewerkers de variabele beloning aan te bieden. De OR legt de kwestie ter advisering aan de bedrijfscommissie voor de Dienstverlening voor.
De bedrijfscommissie
De bedrijfscommissie adviseert de ondernemer de afschaffing van de variabele beloning voor nieuwe medewerkers ter instemming aan de OR voor te leggen en ze variabel te belonen totdat de OR zijn instemming heeft verleend. De werknemers die onder voorbehoud akkoord zijn gegaan met de nieuwe regeling mogen met terugwerkende kracht in aanmerking komen voor variabele beloning. Het advies van de bedrijfscommissie wordt niet door de ondernemer overgenomen, waarop de OR zich opnieuw tot de kantonrechter wendt.
De kantonrechter in tweede instantie
De kantonrechter oordeelt dat zowel de variabele als de vaste beloning instemmingsplichtig zijn en dat het niet uitmaakt of het om nieuwe of oude medewerkers gaat. De kantonrechter veroordeelt de ondernemer om aan alle nieuwe werknemers uitsluitend de variabele beloning aan te bieden, zolang hij geen instemming van de ondernemingsraad of vervangende toestemming van de kantonrechter heeft tot wijziging van de regeling. Voor diegenen die akkoord zijn gegaan met een wijziging van de arbeidsvoorwaarden heeft de beslissing geen terugwerkende kracht, wel voor diegenen die voorbehoud hebben gemaakt en daar vanaf willen.
Het commentaar
De kern van het geschil betreft de begrijpelijke wens van de ondernemer om na de fusie tot afbouwen van de bestaande regionale verschillen in het beloningssysteem te komen. Het is immers niet praktisch om met verschillende beloningssystemen te werken. Het geschil maakt duidelijk dat de ondernemer er goed aan doet bij een harmonisatie van arbeidsvoorwaarden ook de WOR na te leven. De harmonisatie zal anders ontaarden in een langdurige kwestie en tot onrust binnen het bedrijf leiden.













