De seizoenen wisselen. Herfstbladeren waaien door de tuin, het ruikt al naar aarde en verrotting. De zwarte sierkers liet als eerste zijn blad vallen, die is nu helemaal kaal; de straat ligt vol met blad van de esdoorn. En dat blijft daar liggen tot de hovenier die de gemeentelijke aanbesteding voor het openbaar groenonderhoud heeft gewonnen op de contractueel afgesproken datum uitrukt om de boel bij elkaar te vegen.
Ongeschoold werk bestaat niet
Nu ja, vegen… een bezem komt er amper aan te pas. Urenlang hoor je in de straat het geknetter van de motorbladblazers. Twee groenvoorzieners lopen aan weerszijden van de straat gelijk op en werken het blad van de stoep en de straat in de goot. Dat is althans de bedoeling van het bladblazen. Maar het vergt een bepaalde slag om dat voor elkaar te krijgen en niet tegen jezelf of je collega in te werken – en de ene heeft dat beter voor elkaar dan de andere.
Het doet me denken aan een oud filmpje op YouTube; we zien twee straatvegers in Parijs aan het werk en horen de licht geaffecteerde stem van Ernst Hijmans. Hij is een van de grondleggers van het organisatieadvieswerk in Nederland, nu al meer dan een eeuw geleden. Hijmans heeft de straatvegers nauwkeurig bestudeerd en voorziet de beelden van commentaar. Ongeschoold werk bestaat niet, zegt hij. De ene veger doet maar wat, de andere heeft zijn bezem op een speciale manier vast en vegen en lopen zijn in harmonie. Hij veegt de stoep effectief en efficiënt schoon.
Zoveel jaar verder is de bezem allang vervangen door die bladblazer, maar ongeschoold werk bestaat duidelijk nog steeds niet. Ook bladblazen is een vak. Ik vraag me af wat zo’n bladblazer doet met de ervaren arbeidsomstandigheden. Zo’n warme motor op je rug, de hele dag die herrie aan je hoofd – zoveel, dat je doppen op moet die je opsluiten in je eigen wereld.
Niet bladblazen als het nutteloos is
En met een beetje pech is je werk vergeefs. Want of het nou keihard waait of net geregend heeft: de datum staat in het contract, er moet geblazen worden. En dus heb ik al verschillende keren de groenvoorzieners een moderne variant zien praktiseren van het bladeren harken in de wind, die beeldende metafoor voor nutteloze arbeid. En, al even nutteloos, zien proberen verkleefde bladeren van de natte straat op een hoop te bladblazen.
Het is verbazingwekkend. Waarom zou je iemand verplichten om bladeren te harken in de wind? Daar kan geen vakvaardigheid tegenop. Het zou andersom moeten zijn. Arbo is niet alleen een tilhulp of een veiligheidsbril, maar ook: je vak beoefenen in omstandigheden waarin je arbeid nut kan hebben. En anders niet. Wanneer en hoe dat kan of niet, hoef je een vakmens niet te vertellen.
Onlangs zag ik, in een andere gemeente dan de mijne, groenvoorzieners de straat met bezems keren. “Hé, geen bladblazer! Dat zie je niet veel meer”, zei ik. “Jawel hoor, de straten zijn nat, dus pakken we de bezem. Veel handiger, kijk maar.” Er volgde een demonstratie van harmonieus vegen en lopen, van nuttig werk, door vaklui.













