Alle bedrijven op Schiphol Trade Park schrokken er in 2020 behoorlijk van. Plotseling gaf netbeheerder Liander code oranje. Twee maanden later was dat code rood. Op dat moment hadden slechts vier bedrijven zich aangesloten voor in totaal 3,5 MW aan transportcapaciteit. Dat bleek alles wat er beschikbaar was voor het bedrijvengebied.
Groene ambities overhoop

Dit slechte energienieuws paste niet goed in het mooie, groene plaatje dat de bedrijven op Schiphol Trade Park samen probeerden te realiseren. Zonder aansluiting zouden veel bedrijven hun eigen diesel- of gasgenerator moeten gaan aanschaffen. Maar Schiphol Trade Park was juist van plan om het duurzaamste logistieke bedrijventerrein ter wereld te worden.
Die ambitie kwam van gebiedsontwikkelaar Schiphol Area Development Company (SADC), een publiek-private organisatie met als gelijkwaardige aandeelhouders de gemeente Haarlemmermeer, de gemeente Amsterdam, de provincie Noord-Holland en Schiphol Group. Pieter Dijckmeester is als directeur projecten van SADC al jaren betrokken bij Schiphol Trade Park. “We besteden al vanaf het begin veel aandacht aan verblijfsklimaat, duurzaamheid en ecologie”, legt Dijckmeester uit. “Dat noemen we het werklandschap van de toekomst. We proberen een terrein te maken waar bedrijven met elkaar een community vormen.”
Ecosysteem
De bedrijven op Schiphol Trade Park zijn automatisch lid van de businessclub, met elk half jaar een groot evenement. Dijckmeester: “Als bedrijven zich niet terugtrekken achter een hek maar onderling contact hebben, ontstaat een ecosysteem waarin bedrijven elkaar verder helpen. Voor Schiphol Trade Park was dat al langer de gedachte, ook wat betreft energie. Over een virtueel net werd al nagedacht. Dat heeft enorm geholpen toen code rood ontstond.”
Ook de vier bedrijven die al een aansluiting hadden, schrokken van code rood. Dijckmeester: “Zij beseften dat ze nú konden helpen om het duurzaamste logistieke bedrijventerrein ter wereld te worden. Wederkerigheid speelt dan een rol, ook al klinkt dat misschien soft. De opstelling ‘Dit is van ons. Afblijven. Wij doen niet mee’ bezorgt jou over tien jaar misschien hetzelfde probleem.”
Energiezuinige nieuwbouw
Ter nuance, dit gaat misschien anders op bestaande bedrijventerreinen. Op een nieuw terrein als Schiphol Trade Park hebben alle gevestigde bedrijven een langetermijnvisie. Bovendien huizen zij vaak in energiezuinige nieuwbouw, zonder wirwar aan energiekabels in de grond. Op Schiphol Trade Park zijn alle bedrijven bovendien aangesloten op één en hetzelfde onderstation in Hoofddorp. Dat laatste is essentieel voor het uitwisselen van energie.
Toch was een virtueel net niet zomaar geregeld. De vier bedrijven die al over capaciteit beschikten, wilden ook in de toekomst natuurlijk niet achter het net vissen. Dat zou ook niet gebeuren, verzekerde SADC. De slimme software die het bedrijf Spectral voor de energiehub ontwikkelde, verdeelt alleen de overgebleven capaciteit van de vier bedrijven. Dat is nog best veel, want bedrijven waren tot 2020 gewend om voor de zekerheid ruimere capaciteitscontracten af te sluiten.
Geen winstoogmerk
Een van die vier gecontracteerde bedrijven is een hotel. Voor hen was het al snel duidelijk dat ze mee wilden doen. “De bedrijven om hen heen zijn deels klanten, allemaal internationale bedrijven waar mensen op bezoek komen. Een goede relatie met de buren zou hen helpen. Bovendien heeft een hotel vooral energie nodig vanaf een uur of vijf of zes. Dat wijkt dus af van de energiebehoefte van bedrijven.”
Ook de andere drie gecontracteerde bedrijven sloten zich aan bij Energie Coöperatie Schiphol Trade Park (ECOS). Het helpt dat de coöperatie geen winstoogmerk heeft, waardoor niemand eraan verdient. Tegelijk blijft zo de duurzame reputatie van het bedrijventerrein overeind. Eigen gas- of dieselgeneratoren voor elk bedrijf zouden niet helpen voor de duurzaamheidsrapporten, noch voor de aantrekkelijkheid van het gebied voor toekomstige werknemers. Dijckmeester: “De ‘war on talent’ is voor bedrijven belangrijk. Daarin is het zaak dat je dit soort dingen goed voor elkaar hebt.”

Netbeheer
Lastiger was het aan boord krijgen van Liander. “Traditioneel delen zij als een soort kerstboom stroom uit aan alle klanten”, zegt Dijckmeester. “Maar nu komen er nieuwe systemen waarin klanten hun eigen energie opwekken. Ik snap wel dat het moeilijk is om controle uit handen te geven en ik ben heel blij dat Liander dat hier heeft aangedurfd.”
Om dat voor elkaar te krijgen, besteedde SADC veel aandacht aan het technische aspect. Ze verzekerden dat alles goed zou werken. Met advocatenkantoor Kennedy van der Laan stelde SADC goede contracten op, zodat ook de regelgeving helemaal klopte en Liander niet voor verrassingen kon komen te staan. Die kennis deelt SADC met andere gebieden en netbeheerders. Zo wil de gebiedsontwikkelaar netbeheerders aanmoedigen om meer samen te werken met bedrijven. Dijckmeester: “Laat netbeheerders niet denken dat ze er alleen voorstaan. Wij willen er graag onderdeel van zijn. En wij zijn niet de enige.”
Virtuele net
Na ongeveer een jaar koffiedrinken en zekerheid bieden, lukte het SADC om het virtuele net in werking te stellen. Een jaar later was iedereen aangesloten. Schiphol Trade Park heeft inmiddels een Outstanding BREEAM-NL-hercertificering. En een extra voordeel voor Liander: ze hebben op Schiphol Trade Park nu geen grote wachtlijst meer van bedrijven die steeds bellen wanneer ze in aanmerking komen voor een nieuwe aansluiting.
Het werkt volgens Dijckmeester goed dat bedrijven via de coöperatie onderling de capaciteit verdelen en niet allemaal individueel een capacititeitsbeperkend contract met Liander hoeven af te sluiten. “Als een netbeheerder zegt dat je tussen zeven en negen ‘s avonds geen elektriciteit kunt gebruiken, willen bedrijven gewoon niet meedoen. Die zekerheid willen ze niet opgeven.” Zekerheid biedt het virtuele net wel, met generatoren als back-up. Die zijn sinds het begin maar een enkele keer aangezet om bij te springen in de capaciteit. Waarvan één keer achteraf onnodig bleek.
Pieken afvlakken
De inmiddels zestien aangesloten bedrijven op Schiphol Trade Park krijgen via hun laptop inzicht in hun eigen elektriciteitsverbruik. Dat kunnen ze op die manier goed binnen de perken houden. Het is nog wel zaak om pieken verder af te vlakken, door elektrisch vervoer bijvoorbeeld niet allemaal op hetzelfde uur te laden. Maar daar werken de bedrijven graag aan mee, zegt Dijckmeester. “Iedereen denkt dat mensen dat vreselijk vinden, maar de meesten vinden het best leuk om dat goed te doen.”
Code rood | Oktober 2020 (netcongestie levering) |
Ondertekening groepsovereenkomst | November 2021 |
Livegang | 14 april 2022 (balancering levering elektriciteit binnen groepscapaciteitslimieten) |
Onboarding bedrijven | April 2022 - januari 2024 (afhankelijk van realisatie bouw) |
Code rood | Mei 2022 (netcongestie teruglevering) |
Code rood | Oktober 2023 (netcongestie TenneT) |
Eerste inzet gasgenerator | November 2023 (één uur) |
Livegang | 1 juli 2024 (balancering teruglevering én levering elektriciteit binnen groepscapaciteitslimieten) |
Simulaties onderlinge uitwisseling lokaal duurzaam opgewekte elektriciteit | 2024 |
Start onderlinge uitwisseling lokaal duurzaam opgewekte elektriciteit | 2025 |
Transportcapaciteit is de hoeveelheid elektriciteit die via het elektriciteitsnet van de netbeheerder veilig en betrouwbaar kan worden vervoerd van en naar een aansluiting of gebied. Oftewel: hoeveel water kán er door de kraan? |
Het gecontracteerd transportvermogen is vastgelegd in de Aansluit- en Transportovereenkomst met de netbeheerder. Deze overeenkomst bepaalt hoeveel vermogen (in kW) je op enig moment (vaak gemeten in kwartierwaarden) maximaal mag verbruiken (levering) en invoeden (teruglevering). Dit wordt gemeten op het aansluitpunt van het elektriciteitsnet. Oftewel: hoeveel water mág er door de kraan? |











