In principe is werken in een warme omgeving niet gevaarlijk voor de gezondheid. Of die hitte nu afkomstig is van de zon of van hittebronnen op de werkplek, zoals machines. Zolang de thermische belasting maar niet buiten de grenswaarden valt.
Persoonlijke factoren kunnen er wel voor zorgen dat mensen niet meer veilig kunnen werken. Omdat hun temperatuurbeleving hun werkzaamheden kan belemmeren of een verhoogd risico met zich meebrengt op het krijgen van 'warmteziekten'.
Persoonlijke risicofactoren warmtebelasting
Deze factoren spelen een rol bij hoe goed werknemers bestand zijn tegen werken in de warmte.
Vochtbalans
Door het verrichten van lichamelijke inspanning verliest het lichaam vocht (water en mineralen). Voornamelijk via zweten, dus bij warmte is dit vochtverlies groter. In een koude omgeving ontstaat vooral vochtverlies door verdamping via ademhaling. Omdat droge lucht weinig vocht bevat is het vochtverlies bij koude toch vaak groter dan gedacht.
In beide situaties geldt dat het niet (tijdig) aanvullen van dit vochtverlies kan leiden tot uitdroging van het lichaam. Bovendien produceren mensen die uitgedroogd zijn minder zweet en kunnen daardoor ook minder goed koelen. Simpel gezegd: werknemers die meer (water) drinken, hebben een betere vochtbalans en daardoor een kleinere kans op problemen. Het klinkt simpel en dat is het ook, maar toch drinken mensen vaak te weinig.
Werknemers met een verstoorde vochtbalans (bijvoorbeeld door darmproblemen, overmatig alcoholgebruik of vochtuitdrijvende geneesmiddelen) moeten daarom extra alert zijn. Voldoende drinken is belangrijk om verdere dehydratie van het lichaam te voorkomen. Als arboprofessional kun je daarop sturen, maar zorg vooral ook voor andere manieren om hittebelasting aan te pakken - bij de bron.
Conditie
Hoe beter het (duur)uithoudingsvermogen dan wel prestatievermogen van werknemers, hoe kleiner de kans op een te hoge warmtebelasting. Het hartminuutvolume van een individu met een goede conditie is groter dan van een ongetraind individu. Bij warmtebelasting is het hart van een fitte werknemer beter in staat het bloed rond te pompen en zo het lichaam te koelen vanuit de kern naar de huid. Een fit iemand kan daardoor ook een hogere lichaamstemperatuur tolereren.
Leeftijd
Leeftijd op zich is geen factor die hittetolerantie bepaalt. Zet je een jonge en een oude werknemer die even fit zijn naast elkaar, dan zul je geen verschil zien. Echter, naarmate we ouder worden neemt in het algemeen onze lichamelijke conditie af, met als gevolg een snellere toename van warmtebelasting van het lichaam. Ook de zweetklieren van oudere werknemers reageren trager en produceren minder zweet.
Gewicht
Mensen met een hoog lichaamsgewicht en een hoog vetgehalte zijn vaak personen met een laag activiteitenpatroon en dus een slechte fysieke conditie. Een te hoog vetgehalte vormt een fysiologische belasting van het lichaam in de hitte. Daardoor is de productie van warmte tijdens inspanning groter. Onderhuids vetweefsel biedt overigens wel extra bescherming tegen onderkoeling.
Acclimatisatie
Acclimatisatie (wennen aan de warmte) is de belangrijkste voorbereiding op het leveren van inspanning in een warme omgeving: het lichaam past zich aan de hitte aan. Acclimatisatie moet je stapsgewijs uitvoeren. Het acclimatisatieschema is afhankelijk van de grootte van de fysieke inspanning die iemand uiteindelijk moet leveren en van de klimaatomstandigheden op de werkplek.
Er bestaan algemene aanbevelingen voor acclimatisatieschema's voor werknemers die niet geacclimatiseerd zijn (vaak nieuwe medewerkers) en werknemers die na een verlofperiode van minimaal 7 dagen weer gaan werken. De acclimatisatie-aanpassingen van het lichaam verdwijnen namelijk geleidelijk weer als een tijdlang niet in de hitte wordt gewerkt.














