De OR van zorginstelling ZuidOostZorg (1.800 werknemers) ontvangt een voorstel van de bestuurder om de vakantie- en verlofregeling te herzien, omdat het managementteam iets wil doen aan de ophoping van vakantieuren. Na grondig onderzoek toont de OR aan dat er geen onderscheid gemaakt mag worden in de verjaringstermijn van de wettelijke en bovenwettelijke vakantieuren. De bedrijfsjurist stelt dat dit wel mag. De OR meldt dat in de huidige regeling een aantal tegenstrijdigheden zit, ondanks dat de OR hiermee eerder heeft ingestemd. Voortschrijdend inzicht toont aan dat die instemming niet conform de wet is en dat de hele regeling moet worden herzien. De bestuurder denkt daar anders over. De OR dringt aan op een second opinion. Hieruit blijkt dat de OR op alle fronten gelijk heeft. Uiteindelijk wordt in goed overleg een aantal vertrekpunten opgesteld om de vakantie- en verlofregeling te herzien. De OR zorgt voor het behoud van keuzevrijheid bij de besteding van de vakantieuren en de verjaringstermijn van 5 jaar en het stimuleren van inruilen van bovenwettelijke vakantiedagen tegen arbeidsvoorwaarden.
Terug naar het overzicht >












