Ambitieus Landmarkt wil duurzaam podium zijn
Ambitieus Landmarkt wil duurzaam podium zijn
Auteur(s)
Herman te Pas

Ambitieus Landmarkt wil duurzaam podium zijn

AMSTERDAM - Een wisseling van de wacht bij Landmarkt. Mede-oprichter Thijs van Banning zwaait af als directeur en Marien Meurs volgt hem op. Distrifood Magazine sprak beide heren in de Landmarkt-winkel in Amsterdam. Over een pilot met Vomar, naamsbekendheid, samenwerking met tuincentra, maar vooral over de duurzame koers van het bedrijf. 'Er zitten enorm veel kanten aan de duurzame medaille.'

Per 1 april staat Marien Meurs, opgegroeid op een boerderij waar bloemkool werd geteeld, aan het roer van Landmarkt. Het is niet de eerste keer dat hij actief is voor de overdekte versmarkt. ‘1,5 jaar voor de opening van deze winkel in 2011 bemoeide ik me al met de vormgeving van de agf-afdeling.’ Als eerste medewerker van het bedrijf, ging hij aan de slag onder de vleugels van Thijs van Banning en Harm Jan van Dijk (nu Fish Tales). Vrij snel na de start in Amsterdam werd Meurs aangesteld als bedrijfsleider van de Landmarkt-locatie in Apeldoorn. ‘Toen die winkel helaas op slot ging, kwam ik weer terug naar Amsterdam en heb ik hier nog 1,5 jaar diverse afdelingen aangestuurd.’ Vervolgens vertrok hij om Koeckebackers, een sociale onderneming waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt koeken maken en verkopen, op te richten. En nu is hij weer terug op het oude nest.

Waarom bent u destijds vertrokken bij Landmarkt?

Marien Meurs: ‘Voor mijn gevoel was het op een gegeven moment tijd dat ik in de directie plaats zou nemen. Dat vond Thijs een goed idee, maar dan moest er eerst een vijfjarenplan op tafel liggen. Dat duurde me te lang. Alleen achteraf begrijp ik heel goed dat er toen niet werd toegehapt. Ik was nog heel jong en bleu. De meters die ik de afgelopen acht jaar heb gemaakt bij Koeckebackers zijn nodig geweest om bij Landmarkt te mogen meebeslissen.’

Waarom is Marien Meurs de juiste opvolger?

Thijs van Banning: ‘Marien heeft het Landmarkt-DNA. Als zoon van een bloemkoolteler misschien nog wel meer dan ik. Hij begrijpt wie we zijn, wat we zijn, waar we voor staan als transparante keten en wat verantwoord ondernemen betekent. Koeckebackers is ook een voorbeeld van duurzaam ondernemen. Je moet bij Landmarkt ook geen corporate figuur voor de troepen zetten. Je hebt een ondernemer nodig die dit doet met passie en liefde, de visie kent. Niet iemand die allemaal mensen gaat inhuren om plannen te maken, maar zelf aan de slag gaat.’

Wat gaat u zelf doen?

Van Banning: ‘In principe ga ik echt weg. Formeel ben ik al weg sinds 1 januari. De afgelopen maanden stonden in het teken van de overdracht. We hebben samen veel leveranciers en boeren bezocht. Alle processen doorlopen. Per 1 april stap ik in een bedrijf dat online tuinartikelen verkoopt. Het is nog steeds retail, maar toch heel anders.’

Hebben jullie een verschil in visie?

Meurs: ‘Thijs is iets pragmatischer en ik zit wat meer op de beleving, heb aandacht voor fun. Op die punten vullen we elkaar ook aan.’  Van Banning: ‘Klanten spraken me ook aan toen bekend werd dat ik zou vertrekken. Zo van, ik doe hier graag mijn boodschappen, maar het is wel een heel efficiënte tent geworden. Alles is zo strak geregeld, vroeger was het wat losser en wat minder gestructureerd. Marien wil dus heel sterk inzetten op beleving en fun. Niet alleen maar het boodschappen kunnen doen. Hij is ook kritischer dan ik wanneer het gaat om duurzaamheid. Dat merkte ik in gesprekken met onze leveranciers. ‘Wat doe jij eigenlijk aan duurzaamheid?’, vroeg hij dan. Nou, dan zag je sommige gasten zweten, haha. Daar is hij heel direct in. Duurzame resultaten mag je ook verwachten van onze leveranciers. We weten immers waar we voor staan en dat vraag je ook aan ze.’

De broodafdeling van de winkel
De broodafdeling van de winkel

Is er tussen jullie ook wel eens discussie over duurzaamheid?

Van Banning: ‘Zeker. Als er íemand betrokken is met agf, dan is het wel Marien. Zo hadden we een discussie over aubergines. Die komen buiten het seizoen verpakt binnen vanuit Spanje. Volgens Marien kon dat echt niet. Hij had een punt, maar het was in dat seizoen lastig om überhaupt aubergines binnen te krijgen. En de Spanjaarden sturen het nu eenmaal verpakt op, dus je betaalt er meer voor als je het onverpakt wilt. Het alternatief was dat je de verpakkingen er hier afhaalt. Dat hebben we gedaan als test. Wat bleek: de derving schoot omhoog. Dus dan krijg je een discussie. Verpakken we het in plastic en hebben we minder derving? Of is plastic niet duurzaam en moeten we dat gewoon niet willen?’ Meurs lacht: ‘Hoe de aubergines nu worden verkocht? In plastic, maar dat duurt niet lang meer.’

Kunt u uitweiden over die beleving in combinatie met duurzaamheid?

Meurs: ‘Landmarkt mag echt een uitje worden. We moeten op de kaart staan als die toffe plek. Dus in plaats van met je kind naar de dierentuin, naar de Landmarkt. Ik heb me eerlijk gezegd de afgelopen acht jaar verbaasd over het aantal mensen die Landmarkt nog niet kennen. Als ik in Amsterdam gesprekken had met mensen uit de foodsector en ik maakte duidelijk dat ik bij Landmarkt had gewerkt, hoorde ik vaak: O, dat ken ik niet. We moeten dus een plek worden waarover gesproken wordt. Dat wil ik doen door het toevoegen van meer fun, educatie en inspiratie. Die drie termen staan hoog op de agenda. Ik wil dat als mensen thuiskomen na een bezoek aan Landmarkt ze ook het idee hebben dat ze iets hebben geleerd, aan het denken zijn gezet. Veel duurzaamheidsthema’s zijn best complex en ik zou met Landmarkt willen bijdragen aan de bewustwording rond duurzaamheid.’

Wat betekent dat concreet?

Meurs: ‘Ik denk bijvoorbeeld aan thematische avonden in ons restaurant. Onder het genot van een vijfgangendiner luisteren naar inspirerende sprekers die vertellen over duurzame thema’s en daarna een discussie.’ Van Banning: ‘Ik sprak laatst met een leverancier van gerookte paling. Van gerookte paling kun je heel veel vinden. Wij verkopen geen paling. Ik zou heel graag met die leverancier aan de slag gaan om hem uit die palinghoek te trekken. In plaats van te zeggen “tot ziens”, kun je immers ook samen kijken hoe we bijvoorbeeld zalm gaan roken. En op die manier ook zijn bedrijf meenemen in het duurzame verhaal. Ik weet van hem dat hij heel fel is wanneer het gaat om de discussie over paling. Hij heeft namelijk het standpunt dat er tegenwoordig weer voldoende paling is. Aansluitend op wat Marien zegt, je kunt zo’n man uitnodigen om te spreken op een thema-avond en daar een mooi duurzaam visdiner bij serveren. En laat de mensen maar een discussie voeren over paling. Dan zijn wij de plek waar die discussie plaats kan vinden. Kijk, wij staan op het standpunt dat paling diep donkerrood is, daar willen we niet aan beginnen. Maar dan kun je tegelijkertijd nog steeds een podium zijn om daar een discussie over te voeren.’

Hoe zit het met de verduurzaming van het visassortiment?

Van Banning: ‘Daar zetten we ieder jaar stappen in. Het is op dat punt wel eens lastig om te bepalen waar je nu staat. Een voorbeeld is de Oosterscheldekreeft. Wij verkochten die kreeften ook, alleen daar kregen we veel kritiek op. En ik denk dan: dat moet je niet willen. Je wilt als winkel geen aanstoot geven aan dingen. Dat roept tegelijk de vraag op: waar staan we dan zelf eigenlijk voor? Een reden om bijvoorbeeld iemand van het WNF, een visser en iemand van de Viswijzer uit te nodigen voor een discussie-avond.’ Meurs: ‘Wij zijn niet het bedrijf van het vingerwijzen, maar willen wel ruimte bieden voor een gesprek en kennisoverdracht. Kennis over duurzaamheid ontbreekt vaak bij consumenten, velen hebben geen flauw idee waarom het een of het ander wel of niet duurzaam is.’

Kunt u een voorbeeld geven van dat gebrek aan kennis?

Van Banning: ‘Zelf heb ik in de afgelopen twaalf jaar wel geleerd dat je op alle facetten discussie kunt voeren over duurzaamheid. Kip is een mooi voorbeeld. Zodra de kip naar buiten gaat, loop je enorme risico’s op besmetting met vogelgriep. Ook wordt de natuur veel meer belast dan wanneer de kippen in de stal zitten. Alleen gaat dat wel ten koste van diervriendelijkheid en het welzijn van de kip. Dus waar kies je voor? Wij hebben gekozen voor dierenwelzijn, goed voer, dat er genoeg ruimte is voor de kip. Maar toch, als je een kippenboer spreekt, die zal vertellen dat juist dat een hartstikke onduurzame keuze is. Want als vogelgriep uitbreekt, moet de stal worden geruimd en zijn alle kippen dood. Met andere woorden, er zitten heel veel kanten aan die duurzame medaille.’

Hoe concreet is de komst van dat thema-podium?

Meurs: ‘Het is een idee. Op dit moment spreek ik vooral met leveranciers, leer mensen kennen, en dan wil ik langzamerhand naar een plan werken. Het is een denkrichting waar ik enthousiast van word. Met ons team zijn we nu bezig om te formuleren waar we voor staan en hoe we dat de komende jaren vorm gaan geven. Waar ik in geloof is een gezamenlijke missie. Een aanvalsplan, dan ontstaat er vuur en energie.’

Staat de winkel?

Meurs: ‘Als ik door de winkel loop, zie ik dingen die beter kunnen. Ik weet ook heel goed dat nieuwe klanten die de winkel binnenlopen zeggen: mijn god, wat is dit tof. Dus als je hier iedere dag loopt, dan word je ook vrij kritisch. Het aanpassen zit straks vooral in de manier van inspireren en presenteren. Bijvoorbeeld presenteren op basis van het seizoen. Wanneer het seizoen daar is voor de pastinaak bijvoorbeeld een mooie promotie en presentatie in de winkel en tegelijkertijd pastinaaksoep in het restaurant. Ik wil het restaurant en de winkel thematisch meer met elkaar verbinden. En ik had het al over fun. Dan denk ik aan een mooie tuin met kruiden, een trampoline voor de kinderen en dat je met een biertje hier op het grasveld kunt zitten.’

Is Landmarkt bezig met online?

Meurs: ‘Je kunt bij Landmarkt in principe al online bestellen, alleen ligt de focus voor ons op leveren aan bedrijven, zoals het bezorgen van de lunch. We hebben ook geëxperimenteerd met leveren aan consumenten, maar dat is lastig rond te rekenen. Momenteel hebben we een samenwerking met Local Heroes, de app waarmee je het aanbod van lokale ondernemers kunt bestellen. Ik verwacht echter niet dat wij gaan focussen op bezorging aan huis.’ Van Banning: ‘Online vraagt hele grote investeringen en wanneer heb je succes op de online markt? Ik heb na het faillissement in 2012 tegen mezelf gezegd: als ik iets doe, moet er in beginsel geld mee kunnen worden verdiend. Ik doe het niet voor bankiers, voor een private-equity-partij, maar om een duurzaam, rendabel bedrijf op te zetten. Ook dát is duurzaamheid, dat Landmarkt op lange termijn rendeert. En dan gaat dus niet om de hoofdprijs binnenhalen, maar om de 120 mensen die hier werken en van wie een deel financieel gezien afhankelijk is van dit bedrijf. Ook dat hoort bij duurzaamheid, om daar goed en verantwoordelijk mee om te gaan.’

Hoe kijkt u terug op het faillissement in 2012?

Meurs: ‘Het zegt veel dat een groot aantal partijen die voor het faillissement werkten met Landmarkt, ook nu nog aan boord zitten. Als je begint, wil je samen aan iets bouwen. Dat is toen niet goed gegaan, maar het zegt wel iets dat de leveranciers door willen. Dus blijkbaar hebben we wel een bepaald vertrouwen gekweekt. Dat heeft ook te maken met hoe we met elkaar omgaan.’

Wat heeft u geleerd van die tijd als bedrijfsleider in Apeldoorn?

‘Ik was destijds ook heel erg van de beleving. Ik wilde van alles, maar tegelijkertijd liepen de kosten op. Ik heb van die tijd en van Thijs geleerd dat alles in verhouding moet zijn. Het was een leerzame tijd, maar ook teleurstellend. Ik denk nog wel eens aan tien jaar geleden. We waren destijds heel erg bezig met thema’s als lokaal, duurzaamheid en beleving. Dat zijn de thema’s die nu pas echt actueel zijn. Het is goed om een inspirator te zijn, maar als je te ver vooroploopt, gaat het mis.’ Van Banning: ‘Dat is het niet alleen. Er was toen geen focus, we wilden alles doen. En beleving én restaurant én duurzaam én het was allemaal ook nog eens nieuw voor iedereen. Ik kwam van Albert Heijn en toen die oud-collega’s hier een kijkje kwamen nemen, hadden ze echt zoiets van: wat gebeurt hier? Iedereen in de branche kopieerde destijds Albert Heijn. Alle producten afgepast in een bakje, tl-licht boven het schap en gaan. Als je ziet hoe landschap nu veranderd is. Kortom: je kunt bij alles wel voorop willen lopen, maar je betaalt ook een hoop leergeld.’

Heeft de oorlog in Oekraïne impact op Landmarkt?

Van Banning: ‘Laten we vooropstellen dat dit vooral voor de inwoners van Oekraïne heel erg is. En als je alleen kijkt naar de gevolgen voor de branche: het was al niet leuk in de graanwereld door de prijsstijgingen in de afgelopen maanden en dat zal alleen nog maar erger worden. Je kunt alleen van lokale partijen producten afnemen, maar ook dan zal die prijs stijgen. Dus ja, de oorlog heeft ook impact op Landmarkt. Alleen hebben wij het voordeel in vergelijking met de grote jongens dat we wat meer zijn beschermd dankzij de langetermijnrelaties die we hebben met onze leveranciers. Wij slaan, bij wijze van spreken, elkaars koppen niet in wanneer er schommelingen zitten in de prijzen, zoals de grote jongens dat doen.’

In hoeverre is prijs belangrijk voor Landmarkt?

Meurs: ‘Wij geloven heel erg in duurzaam en lokaal, maar tegelijkertijd moeten we wel voldoende klanten trekken. Dus we moeten een compleet assortiment hebben. Naast sappen van lokale leveranciers ook Coca-Cola. En binnen dat geheel is het prijspeil relevant. Dus ook basisbrood en aardappelen voor een goede prijs. Het is zoeken in een mix van concurrerend zijn en tegelijkertijd producten die qua kwaliteit totaal anders zijn dan het assortiment van reguliere supermarkten.’

Landmarkt meldde eerder in Distrifood bezig te zijn met shop-in-shops in tuincentra. Hoe staat het daar mee?

Van Banning: ‘Er zijn recent drie shop-in-shops geopend in tuincentra. We zijn twee jaar geleden begonnen met een pilot in een Ranzijn tuincentrum in Alkmaar, daar hebben we veel geleerd. In 2020, in coronatijd, hebben we daar ook een café bij geopend. Dat loopt nu best aardig. De nieuwe zitten in Zaandam, Velserbroek en Middelburg. Die laatste shop-in-shop gaan we op verschillende manieren beleveren. Een deel gaat rechtstreeks via lokale leveranciers in de omgeving, een deel komt binnen via leveranciers met wie we hier in Amsterdam al werken, en een deel komt binnen via transport vanaf de veiling in Aalsmeer. Het is dus een heel hybride systeem.’

Kunt u iets vertellen over hoe zo’n shop-in-shop eruitziet?

Van Banning: ‘De oppervlakte zit tussen de 275 en 300 m2. Je ziet als klant duidelijk een Landmarkt-logo op de winkel. Je komt ook echt binnen in een Landmarkt-winkeltje. Bij Ranzijn gaat het om franchisers. Zij zorgen zelf voor de personele bezetting. Wij doen de formule, het assortiment en de begeleiding.’

Wil Landmarkt dit landelijk uitrollen?

Meurs: ‘We zijn nu nog bezig met het strak neerzetten van de processen, want dit vraagt wel iets van de organisatie. Als het succesvol is, is het wel een mooie manier om Landmarkt op de kaart te zetten, dus ik sluit niks uit. En ja, als het in Middelburg werkt, hebben we bewijs dat het op andere plekken in het land ook kan.’

Werkt Landmarkt ook samen met supermarktketens?

Van Banning: ‘We hebben een pilot bij Vomar. In de winkel aan de Rijnstraat in Amsterdam, een voormalige Deen-winkel, liggen nu maaltijden van Landmarkt. Die lopen als een tierelier. We hebben ook met Vomar afgesproken dat ze duidelijk worden gepresenteerd met Landmarkt-signing. Het is een marktgebied waar consumenten ook op zoek zijn naar een concept als dit en daar zocht Vomar een invulling voor. Zij hebben ons benaderd. Dit had Vomar als discountformule niet, dus zo zijn we in gesprek geraakt. Wel hebben we de eis bij Vomar neergelegd dat er geen andere maaltijden bij komen te liggen. Het moet duidelijk Landmarkt zijn. En dat werkt.’ Meurs: ‘Als dit bijdraagt aan onze missie en het vergroten van ons volume, is het een heel interessant experiment. Het is een manier om grotere naamsbekendheid te krijgen en mensen te overtuigen van je producten. Lekker eten zonder toevoegingen.’

Denkt u al aan uitbreiding naar meer winkels?

Meurs: ‘Ik heb op dit moment geen uitgetekend groeiplaatje. Dit moet in ieder geval bekend staan als een heel leuke foodspot. Ik haal veel plezier uit bouwen, ontwikkelen en groeien, maar heb niet een beeld voor me dat we na vijf jaar een bepaald aantal winkels hebben.’

Herman te Pas

Herman te Pas

Nieuwscoördinator

Herman te Pas is nieuwscoördinator van Distrifood en legt zich vooral toe op nieuws en achtergrond over formules. Daarnaast is hij binnen de redactie het aanspreekpunt voor Distrifood Magazine.

NIEUW: ENTRA

Haal meer uit de energietransitie met ENTRA, platform voor duurzaamheidsmanagers en professionals. Onafhankelijk, actueel en altijd gericht op oplossingen.

Onderwerpen beheren

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.